Vreemdelingenrecht
Toewijzing voorlopige voorziening hangende hoger beroep / vreemdelingenbewaring / beroep gegrond Het verzoek…
Raad van State, 3 juli 2007
ECLI:NL:RVS:2007:BB1501 · Raad van State · 3 juli 2007
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/hoger-beroep/ecli-nl-rvs-2007-bb1501
Zaakgegevens
Op 3 juli 2007 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 3 juli 2007
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 200704580/2
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2007:BB1501
Samenvatting
Toewijzing voorlopige voorziening hangende hoger beroep / vreemdelingenbewaring / beroep gegrond
Het verzoek heeft geen verdere strekking dan dat bij wijze van voorlopige voorziening wordt bepaald dat de staatssecretaris in afwachting van de uitspraak op het door hem ingestelde hoger beroep aan de aldus bestreden uitspraak geen gevolg hoeft te geven. Indien het verzoek niet wordt toegewezen, is de staatssecretaris gehouden dat wel te doen en een besluit te nemen waarvan de gevolgen slechts bezwaarlijk zijn te redresseren. Hoewel de voortduring van de bewaring voor de vreemdeling ingrijpend is en diens belangen bij de opheffing ervan zwaar wegen, dient in het onderhavige geval aan de belangen die worden gediend door die voortduring een grotere betekenis te worden toegekend. De Voorzitter ziet hierin aanleiding de na te melden voorlopige voorziening te treffen.
Uitspraak
Datum uitspraak: 3 juli 2007
RAAD VAN STATE
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, vierde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
de Staatssecretaris van Justitie,
verzoeker,
tegen de uitspraak in zaak no. AWB 07/24902 van de rechtbank 's Gravenhage, nevenzittingsplaats Amsterdam, van 2 juli 2007 in het geding tussen:
[de vreemdeling]
en
verzoeker.
1. Procesverloop
Bij besluit van 16 juni 2007 is [de vreemdeling] (hierna: de vreemdeling) in vreemdelingenbewaring gesteld.
Bij uitspraak van 2 juli 2007, verzonden op 3 juli 2007, heeft de rechtbank ’s Gravenhage, nevenzittingsplaats Amsterdam, het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, de opheffing van de maatregel van bewaring met ingang van die dag bevolen en de vreemdeling schadevergoeding toegekend.
Tegen deze uitspraak heeft verzoeker (hierna: de staatssecretaris) bij brief, bij de Raad van State binnengekomen op 3 juli 2007, hoger beroep ingesteld.
Voorts heeft de staatssecretaris de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
2. Overwegingen
2.1. Het verzoek heeft geen verdere strekking dan dat bij wijze van voorlopige voorziening wordt bepaald dat de staatssecretaris in afwachting van de uitspraak op het door hem ingestelde hoger beroep aan de aldus bestreden uitspraak geen gevolg hoeft te geven. Indien het verzoek niet wordt toegewezen, is de staatssecretaris gehouden dat wel te doen en een besluit te nemen waarvan de gevolgen slechts bezwaarlijk zijn te redresseren. Hoewel de voortduring van de bewaring voor de vreemdeling ingrijpend is en diens belangen bij de opheffing ervan zwaar wegen, dient in het onderhavige geval aan de belangen die worden gediend door die voortduring een grotere betekenis te worden toegekend. De Voorzitter ziet hierin aanleiding de na te melden voorlopige voorziening te treffen.
2.2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de Staatssecretaris van Justitie geen gevolg hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. R.C.S. Bakker, ambtenaar van Staat.
w.g. Lubberdink
Voorzitter
w.g. Bakker
ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 3 juli 2007
393.
Verzonden:
Voor eensluidend afschrift,
de Secretaris van de Raad van State,
voor deze,
mr. H.H.C. Visser,
directeur Bestuursrechtspraak