Vreemdelingenrecht

Bij onderscheiden besluiten van 11 augustus 2008 heeft de staatssecretaris van Justitie aanvragen van de…

Zaakgegevens

Op 27 september 2010 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Zittingsplaats
's-Gravenhage
Datum uitspraak
27 september 2010
Datum publicatie
3 september 2014
Zaaknummer
201007009/1/V1
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2010:1
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij onderscheiden besluiten van 11 augustus 2008 heeft de staatssecretaris van Justitie aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen.

Procesgang

  1. Raad van State · 27 september 2010deze uitspraak

    ECLI:NL:RVS:2010:1

  2. Uitspraak · 2010

    ECLI:NL:RBSGR:2010:12229

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

201007009/1/V1.

Datum uitspraak: 27 september 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[gemachtigde], in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger (hierna: de wettelijk vertegenwoordiger) van [de vreemdelingen],

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Utrecht, van 25 juni 2010 in zaak nr. 09/14599 in het geding tussen:

de wettelijk vertegenwoordiger

en

de minister van Justitie.

1. Procesverloop

Bij onderscheiden besluiten van 11 augustus 2008 heeft de staatssecretaris van Justitie aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen.

Bij besluit van 27 maart 2009 heeft de staatssecretaris van Justitie, voor zover thans van belang, de daartegen door de wettelijk vertegenwoordiger gemaakte bezwaren ongegrond verklaard. Dit besluit is aangehecht.

Bij uitspraak van 25 juni 2010, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het daartegen door de wettelijk vertegenwoordiger ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft de wettelijk vertegenwoordiger bij brief, bij de Raad van State binnengekomen op 21 juli 2010, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

De minister heeft een verweerschrift ingediend.

Vervolgens is het onderzoek gesloten.

2. Overwegingen

2.1. Hetgeen in het hoger-beroepschrift is aangevoerd en aan artikel 85, eerste en tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 voldoet, kan niet tot vernietiging van de aangevallen uitspraak leiden. Omdat het aldus aangevoerde geen vragen opwerpt die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoording behoeven, wordt, gelet op artikel 91, tweede lid, van deze wet, met dat oordeel volstaan.

2.2. Het hoger beroep is kennelijk ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. C.J.M. Schuyt, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. B. Klein Nulent, ambtenaar van staat.

w.g. Schuyt w.g. Klein Nulent

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 27 september 2010

218-610.