Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 26 mei 2011 heeft de minister voor Immigratie en Asiel een aanvraag van de vreemdeling om…

Zaakgegevens

Op 6 augustus 2013 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Zittingsplaats
's-Gravenhage
Datum uitspraak
6 augustus 2013
Datum publicatie
14 augustus 2013
Zaaknummer
201209163/1/V2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2013:728
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij besluit van 26 mei 2011 heeft de minister voor Immigratie en Asiel een aanvraag van de vreemdeling om wijziging van de beperking van een aan hem verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen en de aan hem verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2012

    ECLI:NL:RBSGR:2012:19844
  2. Raad van State · 6 augustus 2013deze uitspraak

    ECLI:NL:RVS:2013:728

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

201209163/1/V2.

Datum uitspraak: 6 augustus 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Groningen, van 21 augustus 2012 in zaak nr. 12/12956 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel (hierna: de minister).

Procesverloop

Bij besluit van 26 mei 2011 heeft de minister voor Immigratie en Asiel een aanvraag van de vreemdeling om wijziging van de beperking van een aan hem verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen en de aan hem verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken.

Bij besluit van 22 maart 2012 heeft de minister het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Dit besluit is aangehecht.

Bij uitspraak van 21 augustus 2012 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Het hogerberoepschrift is aangehecht.

De minister, thans: de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, heeft een verweerschrift ingediend.

Vervolgens is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Hetgeen in het hogerberoepschrift is aangevoerd en aan artikel 85, eerste en tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 voldoet, kan niet tot vernietiging van de aangevallen uitspraak leiden. Omdat het aldus aangevoerde geen vragen opwerpt die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoording behoeven, wordt, gelet op artikel 91, tweede lid, van deze wet, met dat oordeel volstaan.

2. Het hoger beroep is kennelijk ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. Indien de vreemdeling vreest in verband met een hem toegedichte seksuele gerichtheid in zijn land van herkomst vervolgd te worden, kan hij opnieuw een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indienen.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.M. Bosma, ambtenaar van staat.

w.g. Bijloos w.g. Bosma

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 6 augustus 2013

572.