Vreemdelingenrecht
Bij onderscheiden besluiten van 1 april 2011 heeft de minister aanvragen van de vreemdelingen om hun een…
ECLI:NL:RVS:2013:BZ8734 · Raad van State · 9 april 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/hoger-beroep/ecli-nl-rvs-2013-bz8734
Zaakgegevens
Op 9 april 2013 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 9 april 2013
- Datum publicatie
- 22 juni 2013
- Zaaknummer
- 201200310/1/V2
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2013:BZ8734
Samenvatting
Bij onderscheiden besluiten van 1 april 2011 heeft de minister aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Deze besluiten zijn aangehecht.
Uitspraak
201200310/1/V2.
Datum uitspraak: 9 april 2013
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[vreemdeling 1] en [vreemdeling 2] (tezamen hierna: de vreemdelingen),
tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Roermond, van 9 december 2011 in zaken nrs. 11/13956 en 11/13957 in het geding tussen:
de vreemdelingen
en
de minister voor Immigratie en Asiel.
Procesverloop
Bij onderscheiden besluiten van 1 april 2011 heeft de minister aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Deze besluiten zijn aangehecht.
Bij uitspraak van 9 december 2011 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen hoger beroep ingesteld. Het hogerberoepschrift is aangehecht.
De minister, thans: de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, heeft een verweerschrift ingediend.
Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
In de zaak van vreemdeling 1
1. Hetgeen in het hogerberoepschrift door vreemdeling 1 is aangevoerd en aan artikel 85, eerste en tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 voldoet, kan niet tot vernietiging van de aangevallen uitspraak leiden. Omdat het aldus aangevoerde geen vragen opwerpt die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoording behoeven, wordt, gelet op artikel 91, tweede lid, van deze wet, met dat oordeel volstaan.
2. Het hoger beroep, voor zover ingesteld door vreemdeling 1, is kennelijk ongegrond.
In de zaak van vreemdeling 2
3. Uit de door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie overgelegde, door vreemdeling 2 ondertekende vertrekverklaring blijkt dat zij op 27 juni 2012 met behulp van de Internationale Organisatie voor Migratie vanuit Nederland is vertrokken naar haar land van herkomst, Armenië. Nu vreemdeling 2 vrijwillig is vertrokken naar haar land van herkomst, stelt zij kennelijk geen prijs meer op de door haar aanvankelijk gezochte bescherming hier te lande. Aldus heeft vreemdeling 2 geen rechtens te beschermen belang bij een inhoudelijke beoordeling van het door haar ingestelde hoger beroep.
4. Het hoger beroep, voor zover ingesteld door vreemdeling 2, is kennelijk niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
I. bevestigt de aangevallen uitspraak;
II. verklaart het hoger beroep, voor zover ingesteld door vreemdeling 2, niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. J.J. van Eck, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Yildiz, ambtenaar van staat.
w.g. Van Eck w.g. Yildiz
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 9 april 2013
594.