Vreemdelingenrecht
Bij onderscheiden besluiten van 24 september 2012 heeft de minister aanvragen van de vreemdelingen om hun een…
ECLI:NL:RVS:2013:BZ9728 · Raad van State · 2 mei 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/hoger-beroep/ecli-nl-rvs-2013-bz9728
Zaakgegevens
Op 2 mei 2013 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 2 mei 2013
- Datum publicatie
- 22 juni 2013
- Zaaknummer
- 201210170/1/V2
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2013:BZ9728
Samenvatting
Bij onderscheiden besluiten van 24 september 2012 heeft de minister aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en tevens tegen vreemdeling 1 een inreisverbod uitgevaardigd. Deze besluiten zijn aangehecht.
Uitspraak
201210170/1/V2.
Datum uitspraak: 2 mei 2013
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[vreemdeling 1] en [vreemdeling 2],
appellanten,
tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Arnhem, van 19 oktober 2012 in zaken nrs. 12/30592, 12/30594, 12/30590 en 12/30593 in het geding tussen:
de vreemdelingen
en
de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel, thans: de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie.
Procesverloop
Bij onderscheiden besluiten van 24 september 2012 heeft de minister aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en tevens tegen vreemdeling 1 een inreisverbod uitgevaardigd. Deze besluiten zijn aangehecht.
Bij uitspraak van 19 oktober 2012 heeft de voorzieningenrechter, voor zover thans van belang, de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen hoger beroep ingesteld. Het hogerberoepschrift is aangehecht.
Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1. Onder de staatssecretaris wordt tevens verstaan: diens rechtsvoorgangers.
2. Ambtshalve overweegt de Afdeling als volgt.
3. De vreemdelingen hebben eerder aanvragen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen ingediend. Die aanvragen zijn bij onderscheiden besluiten van 19 september 2011 en 16 november 2011 afgewezen. De onderscheiden besluiten van 24 september 2012, waarbij de aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen zijn afgewezen, zijn van gelijke strekking als de besluiten van 19 september 2011 en 16 november 2011.
4. Bij uitspraak van 12 maart 2013 in zaak nr. 201206533/1/V1 heeft de Afdeling het hoger beroep van de vreemdelingen tegen de uitspraak van de rechtbank, waarbij de door de vreemdelingen tegen de besluiten van 19 september 2011 en 16 november 2011 ingestelde beroepen ongegrond zijn verklaard, gegrond verklaard en die uitspraak en die besluiten vernietigd. Bij de nieuw te nemen besluiten moet de staatssecretaris uitgaan van de feiten en omstandigheden, zoals die zich ten tijde van die nieuwe besluiten voordoen, en het dan geldende recht. Zoals volgt uit de uitspraak van de Afdeling van 19 december 2012 in zaak nr. 201207370/1/V1, hebben de vreemdelingen, gelet op het voorgaande, geen belang bij een uitspraak op het voorliggende hoger beroep.
5. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.M. Bosma, ambtenaar van staat.
w.g. Lubberdink w.g. Bosma
voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 2 mei 2013
572-733