Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 16 februari 2013 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. Dit besluit is aangehecht.

Zaakgegevens

Op 6 mei 2013 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
6 mei 2013
Datum publicatie
22 juni 2013
Zaaknummer
201302519/1/V4
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2013:CA0114
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij besluit van 16 februari 2013 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. Dit besluit is aangehecht.

Uitspraak

201302519/1/V4

Datum uitspraak: 6 mei 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[vreemdeling]

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 12 maart 2013 in zaak nr. 13/4778 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie.

Procesverloop

Bij besluit van 16 februari 2013 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. Dit besluit is aangehecht.

Bij uitspraak van 12 maart 2013 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Tevens heeft hij daarbij de Afdeling verzocht hem schadevergoeding toe te kennen. Het hogerberoepschrift is aangehecht.

De staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend.

Vervolgens is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. De in de grief opgeworpen rechtsvraag heeft de Afdeling eerder (uitspraak van 24 januari 2013 in zaak nr. 201207445/1/V3) beantwoord. De overwegingen 2.1. tot en met 2.4.6. van die uitspraak, waarbij de Afdeling blijft, zijn ook in dit geval van toepassing, zodat de grief faalt.

2. Het hoger beroep is kennelijk ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

3. Het verzoek om schadevergoeding dient reeds hierom te worden afgewezen.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. bevestigt de aangevallen uitspraak;

II. wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Aldus vastgesteld door mr. C.M. Wissels, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.C.S. Bakker, ambtenaar van staat.

w.g. Wissels w.g. Bakker

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 6 mei 2013

393.