Vreemdelingenrecht
Bij onderscheiden besluiten van 1 oktober 2013 heeft de staatssecretaris aanvragen van de vreemdelingen om…
ECLI:NL:RVS:2014:4605 · Raad van State · 11 december 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/hoger-beroep/ecli-nl-rvs-2014-4605
Zaakgegevens
Op 11 december 2014 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Datum uitspraak
- 11 december 2014
- Datum publicatie
- 17 december 2014
- Zaaknummer
- 201404977/1/V2
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2014:4605
Samenvatting
Bij onderscheiden besluiten van 1 oktober 2013 heeft de staatssecretaris aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. Deze besluiten zijn aangehecht.
Uitspraak
201404977/1/V2.
Datum uitspraak: 11 december 2014
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 23 mei 2014 in zaken nrs. 13/25558 en 13/25559 in het geding tussen:
[vreemdeling 1] en [vreemdeling 2], mede voor haar minderjarig kind,
en
de staatssecretaris.
Procesverloop
Bij onderscheiden besluiten van 1 oktober 2013 heeft de staatssecretaris aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. Deze besluiten zijn aangehecht.
Bij uitspraak van 23 mei 2014 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen gegrond verklaard, die besluiten vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris nieuwe besluiten op de aanvragen neemt met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld. Het hogerberoepschrift is aangehecht.
De vreemdelingen hebben een verweerschrift ingediend.
De staatssecretaris heeft een nader stuk ingediend.
Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1. Ambtshalve overweegt de Afdeling als volgt.
1.1. Uit een door de staatssecretaris overgelegde, door de vreemdelingen ondertekende, vertrekverklaring blijkt dat de vreemdelingen op 25 augustus 2014 met behulp van de Internationale Organisatie voor Migratie vanuit Nederland zijn vertrokken naar Zuid-Korea. Op basis van deze informatie moet worden vastgesteld dat de vreemdelingen thans kennelijk geen prijs meer stellen op de door hen aanvankelijk gezochte bescherming hier te lande.
1.2. Nu de staatssecretaris met inachtneming van het voormelde opnieuw op de aanvragen zal moeten beslissen, zullen de door de staatssecretaris in het hogerberoepschrift bestreden overwegingen van de rechtbank in deze zaak geen betekenis meer hebben. De staatssecretaris heeft om die reden geen belang meer bij een beoordeling van zijn grieven.
1.3. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Yildiz, griffier.
w.g. Lubberdink w.g. Yildiz
lid van de enkelvoudige kamer griffier
Uitgesproken in het openbaar op 11 december 2014
572-753.