Vreemdelingenrecht
Bij besluit van 3 juli 2012 heeft de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel een inreisverbod tegen de…
Raad van State, 27 augustus 2015
ECLI:NL:RVS:2015:2790 · Raad van State · 27 augustus 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/hoger-beroep/ecli-nl-rvs-2015-2790
Zaakgegevens
Op 27 augustus 2015 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Datum uitspraak
- 27 augustus 2015
- Datum publicatie
- 2 september 2015
- Zaaknummer
- 201300918/1/V2
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2015:2790
Samenvatting
Bij besluit van 3 juli 2012 heeft de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel een inreisverbod tegen de vreemdeling uitgevaardigd.
Procesgang
Uitspraak · 2012
ECLI:NL:RBSGR:2012:28383Raad van State · 27 augustus 2015deze uitspraak
ECLI:NL:RVS:2015:2790
Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg
Uitspraak
201300918/1/V2.
Datum uitspraak: 27 augustus 2015
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Assen, van 27 december 2012 in zaak nr. 12/21768 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie.
Procesverloop
Bij besluit van 3 juli 2012 heeft de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel een inreisverbod tegen de vreemdeling uitgevaardigd. Dit besluit is aangehecht.
Bij uitspraak van 27 december 2012 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Het hogerberoepschrift is aangehecht.
Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1. Bij besluit van 8 september 2012 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. Bij uitspraak van 13 juli 2015 in zaak nr. 201209762/1/V2 heeft de Afdeling het hoger beroep van de vreemdeling tegen de uitspraak van de rechtbank, waarbij zij het door de vreemdeling tegen het besluit van 8 september 2012 ingestelde beroep ongegrond heeft verklaard, kennelijk gegrond verklaard en die uitspraak en dat besluit vernietigd.
1.1. Uit het vorenstaande volgt dat de staatssecretaris opnieuw op de asielaanvraag van de vreemdeling moet beslissen. De werking van het inreisverbod van 3 juli 2012 is thans daarom opgeschort. Indien de staatssecretaris besluit de asielaanvraag van de vreemdeling in te willigen moet het inreisverbod van 3 juli 2012 geacht te zijn ingetrokken (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 20 juni 2013 in zaak nr. 201210774/1/V3). Onder deze omstandigheden heeft de vreemdeling thans geen belang bij de beoordeling van het hoger beroep. Zulk belang kan eerst ontstaan indien de staatssecretaris de asielaanvraag afwijst en het inreisverbod herleeft. De staatssecretaris dient zich in het nieuw te nemen besluit opnieuw uit te laten over dat inreisverbod en de vreemdeling kan het inreisverbod desgewenst dan laten toetsen (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 31 juli 2015 in zaak nr. 201403715/1/V2).
2. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. G. van der Wiel, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.M. Ahmady-Pikart, griffier.
w.g. Van der Wiel w.g. Ahmady-Pikart
lid van de enkelvoudige kamer griffier
Uitgesproken in het openbaar op 27 augustus 2015
753.