Vreemdelingenrecht

Bij onderscheiden besluiten van 23 december 2015 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang…

Zaakgegevens

Op 2 augustus 2017 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Zittingsplaats
's-Gravenhage
Datum uitspraak
2 augustus 2017
Datum publicatie
3 augustus 2017
Zaaknummer
201609496/1/V2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2017:2111
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij onderscheiden besluiten van 23 december 2015 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2016

    ECLI:NL:RBOBR:2016:6466
  2. Raad van State · 2 augustus 2017deze uitspraak

    ECLI:NL:RVS:2017:2111

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

201609496/1/V2.

Datum uitspraak: 2 augustus 2017

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van:

[vreemdeling 1] en [vreemdeling 2],

appellanten,

tegen de mondelinge uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 15 november 2016 in zaken nrs. 15/22755 en 15/22757 in het geding tussen:

de vreemdelingen

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie.

Procesverloop

Bij onderscheiden besluiten van 23 december 2015 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Bij mondelinge uitspraak van 15 november 2016 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen, vertegenwoordigd door mr. Y. Tamer, advocaat te Den Haag, hoger beroep ingesteld.

Vervolgens is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1.    Gelet op het aan de vreemdelingen verzonden proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, klagen de vreemdelingen terecht dat de gronden van de beslissing van de mondelinge uitspraak ontbreken. Daarom is niet voldaan aan artikel 8:67, tweede lid, van de Awb.

1.1.    De klacht leidt echter niet tot het beoogde doel. Uit de door de staatssecretaris in beroep overgelegde, door de vreemdelingen ondertekende vertrekverklaring blijkt dat zij op 2 juni 2016 met behulp van de Internationale Organisatie voor Migratie vanuit Nederland zijn vertrokken naar hun land van herkomst, Albanië. Onder deze omstandigheden heeft de rechtbank terecht geconcludeerd dat de door de vreemdelingen ingestelde beroepen niet-ontvankelijk zijn.

2.    Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient, met verbetering van gronden waarop zij rust, te worden bevestigd.

3.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.C.S. Bakker, griffier.

w.g. Verheij    w.g. Bakker

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 2 augustus 2017

795.