Vreemdelingenrecht

Bij onderscheiden besluiten van 25 juli 2016 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang…

Zaakgegevens

Op 6 oktober 2017 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Zittingsplaats
's-Gravenhage
Datum uitspraak
6 oktober 2017
Datum publicatie
9 oktober 2017
Zaaknummer
201701591/1/V2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2017:2714
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij onderscheiden besluiten van 25 juli 2016 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Procesgang

  1. Raad van State · 6 oktober 2017deze uitspraak

    ECLI:NL:RVS:2017:2714

  2. Uitspraak · 2017

    ECLI:NL:RBDHA:2017:1276

    Niet ontvankelijk

Uitspraak

201701591/1/V2.

Datum uitspraak: 6 oktober 2017

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling 1], [de vreemdeling 2], [de vreemdeling 3], en [de vreemdeling 4],

appellanten,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 14 februari 2017 in zaken nrs. 16/16849, 16/16851 en 16/16842 in het geding tussen:

de vreemdelingen

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie.

Procesverloop

Bij onderscheiden besluiten van 25 juli 2016 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Bij uitspraak van 14 februari 2017 heeft de rechtbank, voor zover thans van belang, de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen, vertegenwoordigd door mr. M. Erik, advocaat te Dordrecht, hoger beroep ingesteld.

De vreemdelingen hebben een nader stuk ingediend.

De staatssecretaris heeft een nader stuk ingediend.

Vervolgens is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1.    Ambtshalve overweegt de Afdeling als volgt.

2.    Uit de door de staatssecretaris bij nader stuk overgelegde berichten van vertrek blijkt dat de vreemdelingen op 9 juni 2017 vrijwillig vanuit Nederland zijn vertrokken naar hun land van herkomst, Israël. Nu de vreemdelingen vrijwillig zijn vertrokken, stellen zij kennelijk geen prijs meer op de door hun aanvankelijk gezochte bescherming hier te lande. Onder deze omstandigheden hebben de vreemdelingen geen belang bij beoordeling van het door hen ingestelde hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank van 14 februari 2017.

3.    Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.

4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.W. Prins, griffier.

w.g. Verheij    w.g. Prins

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 6 oktober 2017

314-844.