Vreemdelingenrecht
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de…
ECLI:NL:RVS:2018:1402 · Raad van State · 24 april 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/hoger-beroep/ecli-nl-rvs-2018-1402
Zaakgegevens
Op 24 april 2018 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 24 april 2018
- Datum publicatie
- 25 april 2018
- Zaaknummer
- 201703493/1/V1
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2018:1402
Samenvatting
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 20 april 2017 in zaak nr. 17/6788.
Procesgang
Rechtbank Den Haag · 20 april 2017
ECLI:NL:RBDHA:2017:4240Raad van State · 24 april 2018deze uitspraak
ECLI:NL:RVS:2018:1402
Onduidelijk
Uitspraak
201703493/1/V1.
Datum uitspraak: 24 april 2018
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het verzoek van:
[de vreemdeling],
verzoeker,
om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep.
Procesverloop
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 20 april 2017 in zaak nr. 17/6788.
De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. W.P.R. Peeters, advocaat te Rijsbergen, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
De Afdeling heeft partijen verzocht om een nadere schriftelijke uiteenzetting te geven over de betekenis van een arrest van het Hof van Justitie (hierna: het Hof) voor het hoger beroep in deze zaak.
De vreemdeling heeft een nadere schriftelijke uiteenzetting gegeven.
De staatssecretaris heeft het hoger beroep ingetrokken.
De vreemdeling heeft de Afdeling verzocht de staatssecretaris te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten.
De staatssecretaris heeft verweer gevoerd tegen het verzoek om proceskostenveroordeling.
Bij brief van 7 maart 2018 heeft de vreemdeling gerepliceerd.
Bij brief van 22 maart 2018 heeft de staatssecretaris gedupliceerd.
Overwegingen
1. Ingevolge artikel 8:118, eerste lid, van de Awb kan, in geval van intrekking van het hoger beroep door een bestuursorgaan het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 in de kosten worden veroordeeld.
2. De staatssecretaris heeft het hoger beroep ingetrokken, nadat de vreemdeling kosten had gemaakt voor het geven van een schriftelijke uiteenzetting en vervolgens voor het geven van een nadere schriftelijke uiteenzetting, op verzoek van de Afdeling, over de betekenis van een arrest van het Hof voor het hoger beroep in deze zaak. De kosten voor het geven van de schriftelijke uiteenzetting komen voor vergoeding in aanmerking. Ook de kosten voor het geven van de nadere schriftelijke uiteenzetting komen, hoewel het Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna: het Besluit) met de daarbij behorende Bijlage niet voorziet in de vergoeding van die kosten, voor vergoeding in aanmerking, omdat de nadere schriftelijke uiteenzetting is gegeven op het verzoek van de Afdeling. Anders dan de vreemdeling betoogt, moet voor het geven van de nadere schriftelijke uiteenzetting niet een heel, maar een half punt worden toegekend (zie punt 3 van Bijlage A1 van het Besluit).
Niet voor vergoeding in aanmerking komen het verzoek om proceskostenveroordeling en de repliek. Het Besluit met de daarbij behorende Bijlage voorziet namelijk niet in de vergoeding van de kosten gemaakt in het kader van een verzoek om proceskostenveroordeling. Voorts bestaat er geen aanleiding waarom die kosten in dit geval desondanks voor vergoeding in aanmerking komen.
3. De Afdeling ziet aanleiding het verzoek op na te melden wijze toe te wijzen. Hetgeen de staatssecretaris als verweer heeft aangevoerd noopt niet tot een ander oordeel.
4. De staatssecretaris dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 751,50 (zegge: zevenhonderdeenenvijftig euro en vijftig cent), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.M. van Es, griffier.
w.g. Verheij w.g. Van Es
lid van de enkelvoudige kamer griffier
Uitgesproken in het openbaar op 24 april 2018
826.