Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 10 augustus 2017 heeft het COa een aanvraag van de vreemdeling om toestemming voor het maken…

Zaakgegevens

Op 26 juni 2018 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Zittingsplaats
's-Gravenhage
Datum uitspraak
26 juni 2018
Datum publicatie
27 juni 2018
Zaaknummer
201707693/1/V1
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2018:2147
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij besluit van 10 augustus 2017 heeft het COa een aanvraag van de vreemdeling om toestemming voor het maken van kosten voor het laten verrichten van een contra-expertise documentenonderzoek, afgewezen.

Uitspraak

201707693/1/V1.

Datum uitspraak: 26 juni 2018

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (hierna: het COa),

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 15 september 2017 in zaak nr. 17/13830 in het geding tussen:

[de vreemdeling]

en

het COa.

Procesverloop

Bij besluit van 10 augustus 2017 heeft het COa een aanvraag van de vreemdeling om toestemming voor het maken van kosten voor het laten verrichten van een contra-expertise documentenonderzoek, afgewezen.

Bij uitspraak van 15 september 2017 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.

Tegen deze uitspraak heeft het COa hoger beroep ingesteld.

De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. E.P.A. Zwart, advocaat te Purmerend, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Vervolgens is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1.    Hetgeen in het hogerberoepschrift is aangevoerd en aan artikel 85, eerste en tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 voldoet, kan niet tot vernietiging van de aangevallen uitspraak leiden. Omdat het aldus aangevoerde geen vragen opwerpt die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoording behoeven, wordt, gelet op artikel 91, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000, met dat oordeel volstaan.

2.    Het hoger beroep is kennelijk ongegrond. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

3.    Het COa moet op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten worden veroordeeld.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    bevestigt de aangevallen uitspraak;

II.    veroordeelt het Centraal Orgaan opvang asielzoekers tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 501,00 (zegge: vijfhonderdeen euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. E. Steendijk, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.V.T.K. Oei, griffier.

w.g. Steendijk    w.g. Oei

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 26 juni 2018

282-862.