Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 7 oktober 2019 is aan de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

Zaakgegevens

Op 13 december 2019 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Zittingsplaats
's-Gravenhage
Datum uitspraak
13 december 2019
Datum publicatie
13 december 2019
Zaaknummer
201908614/1/V3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2019:4206
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij besluit van 7 oktober 2019 is aan de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

Procesgang

  1. Raad van State · 13 december 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:RVS:2019:4206

  2. Uitspraak · 2019

    ECLI:NL:RBNHO:2019:9613

    Niet ontvankelijk

Uitspraak

201908614/1/V3.

Datum uitspraak: 13 december 2019

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 21 november 2019 in zaak nr. NL19.24530 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 7 oktober 2019 is aan de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

Bij uitspraak van 21 november 2019 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. G.A.J. Purperhart, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.    Het hoger beroep richt zich niet tegen de uitspraak van de rechtbank. De vreemdeling legt namelijk niet uit waarom de uitspraak van de rechtbank volgens hem niet juist is. Daarom kan de Afdeling geen inhoudelijk oordeel geven over het hoger beroep (artikel 85 van de Vw 2000).

2.    Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.T. Annen, griffier.

w.g. Verheij    w.g. Annen

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 13 december 2019

765.