Vreemdelingenrecht
De vreemdelingen, vertegenwoordigd door mr. P.L.M. Stieger, advocaat te 's-Hertogenbosch, hebben op 13 juni…
ECLI:NL:RVS:2019:745 · Raad van State · 6 maart 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/hoger-beroep/ecli-nl-rvs-2019-745
Zaakgegevens
Op 6 maart 2019 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Datum uitspraak
- 6 maart 2019
- Datum publicatie
- 7 maart 2019
- Zaaknummer
- 201804959/1/V2
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2019:745
Samenvatting
De vreemdelingen, vertegenwoordigd door mr. P.L.M. Stieger, advocaat te 's-Hertogenbosch, hebben op 13 juni 2018 hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 30 mei 2018 in zaken nrs. NL17.7529, NL17.7530 en NL17.7531.
Procesgang
Uitspraak · 2018
ECLI:NL:RBOBR:2018:2591Raad van State · 6 maart 2019deze uitspraak
ECLI:NL:RVS:2019:745
Onduidelijk
Uitspraak
201804959/1/V2.
Datum uitspraak: 6 maart 2019
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het verzoek van:
[vreemdeling 1] en [vreemdeling 2], mede voor hun minderjarige kind, en [vreemdeling 3],
verzoekers,
om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep (artikel 8:75a van de Awb).
Procesverloop
De vreemdelingen, vertegenwoordigd door mr. P.L.M. Stieger, advocaat te 's-Hertogenbosch, hebben op 13 juni 2018 hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 30 mei 2018 in zaken nrs. NL17.7529, NL17.7530 en NL17.7531.
Bij brief 26 juli 2018 hebben de vreemdelingen het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid te veroordelen in de bij haar opgekomen proceskosten.
Bij brief van 11 januari 2019 heeft de staatssecretaris op dat verzoek gereageerd.
Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1. De vreemdelingen hebben het hoger beroep ingetrokken nadat de staatssecretaris hen alsnog een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft verleend. Hiermee is de staatssecretaris, anders dan hij stelt in zijn brief van 11 januari 2019, de vreemdelingen tegemoetgekomen als bedoeld in artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb.
2. Het verzoek dient als kennelijk gegrond op na te melden wijze te worden toegewezen.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdelingen in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 512,00 (zegge: vijfhonderdtwaalf euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. E. Steendijk, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Yildiz, griffier.
w.g. Steendijk w.g. Yildiz
lid van de enkelvoudige kamer griffier
Uitgesproken in het openbaar op 6 maart 2019
594.