Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 19 december 2019 heeft de staatssecretaris de vreemdeling medegedeeld dat hij aan Roemenië…

Zaakgegevens

Op 16 januari 2020 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Zittingsplaats
's-Gravenhage
Datum uitspraak
16 januari 2020
Datum publicatie
16 januari 2020
Zaaknummer
202000202/1/V3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:131
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij besluit van 19 december 2019 heeft de staatssecretaris de vreemdeling medegedeeld dat hij aan Roemenië zal worden overgedragen.

Uitspraak

202000202/1/V3.

Datum uitspraak: 16 januari 2020

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de mondelinge uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 30 december 2019 in zaak nr. NL19.31207 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 19 december 2019 heeft de staatssecretaris de vreemdeling medegedeeld dat hij aan Roemenië zal worden overgedragen.

Bij mondelinge uitspraak van 30 december 2019 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M.K. Bhadai, advocaat te Den Haag, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.    Het hoger beroep richt zich niet tegen de uitspraak van de rechtbank. De vreemdeling legt namelijk niet uit waarom de uitspraak van de rechtbank volgens hem niet juist is. Daarom kan de Afdeling geen inhoudelijk oordeel geven over het hoger beroep (artikel 85 van de Vw 2000).

2.    Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W.M. Vos, griffier.

w.g. Verheij    w.g. Vos

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 16 januari 2020

644.