Vreemdelingenrecht
Bij besluit van 9 juli 2020 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld.
ECLI:NL:RVS:2020:2212 · Raad van State · 11 september 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/hoger-beroep/ecli-nl-rvs-2020-2212
Zaakgegevens
Op 11 september 2020 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 11 september 2020
- Datum publicatie
- 11 september 2020
- Zaaknummer
- 202004791/1/V3
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2020:2212
Samenvatting
Bij besluit van 9 juli 2020 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld.
Procesgang
Raad van State · 11 september 2020deze uitspraak
ECLI:NL:RVS:2020:2212
Uitspraak · 2020
ECLI:NL:RBROT:2020:7707Niet bevoegdNiet bevoegdDe rechter vindt dat hij niet de juiste rechter is om over deze zaak te beslissen.Meer uitleg
Uitspraak
202004791/1/V3.
Datum uitspraak: 11 september 2020
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 24 augustus 2020 in zaak nr. NL20.15468 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 9 juli 2020 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld.
Bij uitspraak van 24 augustus 2020 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. W.P.R. Peeters, advocaat te Rijsbergen, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. De uitspraak van de rechtbank gaat over het voortduren van de maatregel van bewaring (artikel 96 van de Vw 2000). Hiertegen kan geen hoger beroep worden ingesteld (artikel 84, aanhef en onder a, van de Vw 2000).
2. Wat de vreemdeling in hoger beroep aanvoert, is geen reden om het hoger beroep toch in behandeling te nemen. Het verbod op hoger beroep kan alleen worden doorbroken als er geen eerlijk proces is geweest. Dit doet zich hier niet voor.
3. De Afdeling is onbevoegd van het hoger beroep kennis te nemen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart zich onbevoegd van het hoger beroep kennis te nemen.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Meurs-Heuvel, griffier.
Het lid van de enkelvoudige kamer is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
w.g. Van Meurs-Heuvel
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 11 september 2020
765.