Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 4 oktober 2019 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een…

Zaakgegevens

Op 24 februari 2020 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Zittingsplaats
's-Gravenhage
Datum uitspraak
24 februari 2020
Datum publicatie
24 februari 2020
Zaaknummer
202000469/1/V2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:558
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij besluit van 4 oktober 2019 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Procesgang

  1. Raad van State · 24 februari 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:RVS:2020:558

  2. Uitspraak · 2020

    ECLI:NL:RBROT:2020:289

    Niet ontvankelijk

Uitspraak

202000469/1/V2.

Datum uitspraak: 24 februari 2020

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 16 januari 2020 in zaak nr. NL19.23784 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 4 oktober 2019 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Bij uitspraak van 16 januari 2020 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. A.I. Engelsman, advocaat te Dordrecht, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.    Het hoger beroep richt zich niet tegen de uitspraak van de rechtbank. De vreemdeling legt namelijk niet uit waarom de uitspraak van de rechtbank volgens hem niet juist is. Daarom kan de Afdeling geen inhoudelijk oordeel geven over het hoger beroep (artikel 85 van de Vw 2000).

2.    Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. I.W.M.J. Bossmann, griffier.

w.g. Verheij    w.g. Bossmann

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 24 februari 2020

314-897.