Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 3 februari 2020 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld.

Zaakgegevens

Op 5 maart 2020 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Zittingsplaats
's-Gravenhage
Datum uitspraak
5 maart 2020
Datum publicatie
5 maart 2020
Zaaknummer
202001324/1/V3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:688
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij besluit van 3 februari 2020 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld.

Procesgang

  1. Raad van State · 5 maart 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:RVS:2020:688

  2. Uitspraak · 2020

    ECLI:NL:RBAMS:2020:850

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

202001324/1/V3.

Datum uitspraak: 5 maart 2020

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 18 februari 2020 in zaak nr. NL20.2908 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 3 februari 2020 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld.

Bij uitspraak van 18 februari 2020 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. R.M. Seth Paul, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.    Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

2.    Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.T. Annen, griffier.

w.g. Drop    w.g. Annen

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 5 maart 2020

765.