Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 15 juli 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring…

Zaakgegevens

Op 20 oktober 2021 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
20 oktober 2021
Datum publicatie
20 oktober 2021
Zaaknummer
202105674/1/V3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2325
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij besluit van 15 juli 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

Procesgang

  1. Rechtbank Den Haag · 24 augustus 2021

    ECLI:NL:RBDHA:2021:9411
  2. Raad van State · 20 oktober 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:RVS:2021:2325

    Niet bevoegd

Uitspraak

202105674/1/V3.

Datum uitspraak: 20 oktober 2021

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 24 augustus 2021 in zaak nr. NL21.12112 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 15 juli 2021 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld.

Bij uitspraak van 24 augustus 2021 heeft de rechtbank het door de vreemdeling tegen de maatregel ingestelde beroep gegrond verklaard voor zover dat zag op de tenuitvoerlegging van de maatregel en voor het overige ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. J.E. Groenenberg, advocaat te Nieuw-Vennep, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.       De rechtbank heeft in haar uitspraak onder meer beslist op een verzoek om schadevergoeding (artikel 106 van de Vw 2000). Omdat de vreemdeling het alleen daarmee oneens is, kan geen hoger beroep worden ingesteld (artikel 84, aanhef en onder d, van de Vw 2000).

2.       De Afdeling is onbevoegd van het hoger beroep kennis te nemen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen.

Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T.W.A. Weber, griffier.

w.g. Verheij

lid van de enkelvoudige kamer     

w.g. Weber

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 20 oktober 2021

638-906