Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 27 oktober 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling…

Raad van State, 6 december 2021

Zaakgegevens

Op 6 december 2021 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
6 december 2021
Datum publicatie
6 december 2021
Zaaknummer
202107216/1/V3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2730
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 27 oktober 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgehouden voor verhoor

Uitspraak

202107216/1/V3.

Datum uitspraak: 6 december 2021

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 10 november 2021 in zaak nr. NL21.16964 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 27 oktober 2021 heeft de staatssecretaris de vreemdeling opgehouden voor verhoor.

Bij uitspraak van 10 november 2021 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. J. van Bennekom, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.       De uitspraak van de rechtbank gaat over de ophouding krachtens artikel 50, derde lid, van de Vw 2000. Hiertegen kan geen hoger beroep worden ingesteld (artikel 84, aanhef en onder a, van de Vw 2000).

2.       De Afdeling is onbevoegd van het hoger beroep kennis te nemen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen.

Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.T. Annen, griffier.

Het lid van de enkelvoudige kamer is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.     

w.g. Annen

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 6 december 2021

765