Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 13 november 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een…

Zaakgegevens

Op 27 december 2021 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
27 december 2021
Datum publicatie
27 december 2021
Zaaknummer
202107701/1/V3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2985
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij besluit van 13 november 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

Procesgang

  1. Rechtbank Den Haag · 2 december 2021

    ECLI:NL:RBDHA:2021:13718
  2. Raad van State · 27 december 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:RVS:2021:2985

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

202107701/1/V3.

Datum uitspraak: 27 december 2021

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 2 december 2021 in zaak nr. NL21.17894 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 13 november 2021 heeft de staatssecretaris de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

Bij uitspraak van 2 december 2021 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. B.J.P.M. Ficq, advocaat te Haarlem, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

1.1.    Het hoger beroep gaat namelijk over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 29 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1141, onder 2.2 en 2.3, over zicht op uitzetting tijdens de uitbraak van het coronavirus). Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen.

2.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.W. Schippers, griffier.

w.g. Bijloos

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Schippers

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 27 december 2021

873