Vreemdelingenrecht

Bij besluiten van 26 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdelingen in…

Zaakgegevens

Op 17 juni 2022 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
17 juni 2022
Datum publicatie
17 juni 2022
Zaaknummer
202203081/1/V3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1726
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij besluiten van 26 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdelingen in bewaring gesteld.

Uitspraak

202203081/1/V3.

Datum uitspraak: 17 juni 2022

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op de hoger beroepen van:

[vreemdeling A] en [vreemdeling B], mede voor hun minderjarige kind,

appellanten,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 12 mei 2022 in zaak nr. NL22.7464, NL22.7465 en NL22.7466 in het geding tussen:

de vreemdelingen

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluiten van 26 april 2022 heeft de staatssecretaris de vreemdelingen in bewaring gesteld.

Bij uitspraak van 12 mei 2022 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen ongegrond verklaard en de verzoeken om schadevergoeding afgewezen.

Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen, vertegenwoordigd door mr. L.J. Blijdorp, advocaat te Arkel, hoger beroepen ingesteld.

Overwegingen

1.       De hoger beroepen leiden niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat de hogerberoepschriften geen vragen bevatten die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

1.1.    De hoger beroepen gaan namelijk over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 13 januari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:85, over het weigeren van een coronatest). De hoger beroepen bieden geen reden hierover in dit geval anders te oordelen.

2.       De hoger beroepen zijn ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. van de Kolk, griffier.

w.g. Drop

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van de Kolk

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 17 juni 2022

347-962