Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 24 maart 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de…

Raad van State, 8 augustus 2022

Zaakgegevens

Op 8 augustus 2022 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
8 augustus 2022
Datum publicatie
8 augustus 2022
Zaaknummer
202204043/1/V2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:2288
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 24 maart 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een visum voor kort verblijf te verlenen, afgewezen.

Uitspraak

202204043/1/V2.

Datum uitspraak: 8 augustus 2022

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 27 mei 2022 in zaak nr. NL21.10271 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 24 maart 2020 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een visum voor kort verblijf te verlenen, afgewezen.

Bij besluit van 9 juni 2021 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 27 mei 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. A. Mao, advocaat te Schiedam, hoger beroep ingesteld.

De vreemdeling is in de gelegenheid gesteld zich nader uit te laten.

Overwegingen

1.       De termijn voor het instellen van hoger beroep eindigde op 24 juni 2022. Het hogerberoepschrift is daarna bij de Centrale Raad van Beroep binnengekomen, die het hogerberoepschrift met toepassing van artikel 6:15 van de Awb aan de Raad van State heeft doorgezonden. De vreemdeling heeft het hogerberoepschrift daarom niet op tijd ingediend. De vreemdeling heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid redenen aan te voeren waarom het hoger beroep toch in behandeling moet worden genomen.

2.       Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.W. Prins, griffier.

w.g. Verheij

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Prins

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 8 augustus 2022

363-596