Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 12 mei 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de…

Raad van State, 15 augustus 2022

Zaakgegevens

Op 15 augustus 2022 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
15 augustus 2022
Datum publicatie
15 augustus 2022
Zaaknummer
202104104/1/V2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:2353
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 12 mei 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Uitspraak

202104104/1/V2.

Datum uitspraak: 15 augustus 2022

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 21 juni 2021 in zaak nr. NL21.7713 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 12 mei 2021 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Bij uitspraak van 21 juni 2021 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M. Rasul, advocaat te Assen, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.       Het hogerberoepschrift is niet ondertekend. Bij aangetekend verzonden brief van 29 juni 2021 is de gemachtigde gewezen op dit verzuim en tot en met 13 juli 2021 in de gelegenheid gesteld het te herstellen. Hierbij is vermeld dat, indien het verzuim niet binnen de gestelde termijn wordt hersteld, ervan uit moet worden gegaan dat niet-ontvankelijkverklaring zal volgen. Het hogerberoepschrift is binnen de aldus gestelde termijn niet alsnog ondertekend.

2.       Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.W. Prins, griffier.

w.g. Verheij

lid van de enkelvoudige kamer     

w.g. Prins

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 15 augustus 2022

363-1003