Vreemdelingenrecht

Bij besluiten van 14 juli 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdelingen een…

Raad van State, 29 augustus 2022

Zaakgegevens

Op 29 augustus 2022 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
29 augustus 2022
Datum publicatie
29 augustus 2022
Zaaknummer
202205007/1/V3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:2503
E-mail

Samenvatting

Bij besluiten van 14 juli 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdelingen een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

Uitspraak

202205007/1/V3.

Datum uitspraak: 29 augustus 2022

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[vreemdeling 1]., [vreemdeling 2]., [vreemdeling 3] en [vreemdeling 4]

appellanten,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 15 augustus 2022 in zaken nrs. NL22.14511, NL22.14513,

NL 22.14514 en NL22.14515 in het geding tussen:

de vreemdelingen

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluiten van 14 juli 2022 heeft de staatssecretaris de vreemdelingen een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

Bij uitspraak van 15 augustus 2022 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen ongegrond verklaard en de verzoeken om schadevergoeding afgewezen.

Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen, vertegenwoordigd door mr. I. Wudka, advocaat te Maastricht, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

1.1.    De rechtbank is namelijk terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen. De Afdeling neemt deze motivering over.

2.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. B. Meijer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.T. Annen, griffier.

w.g. Meijer

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Annen

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 29 augustus 2022

765