Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 24 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in…

Zaakgegevens

Op 13 oktober 2022 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
13 oktober 2022
Datum publicatie
13 oktober 2022
Zaaknummer
202205507/1/V3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:2953
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij besluit van 24 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

Procesgang

  1. Rechtbank Den Haag · 12 september 2022

    ECLI:NL:RBDHA:2022:11223
  2. Raad van State · 13 oktober 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:RVS:2022:2953

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

202205507/1/V3.

Datum uitspraak: 13 oktober 2022

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 12 september 2022 in zaken nrs. NL22.16896 en NL22.16892 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 24 augustus 2022 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld.

Bij uitspraak van 12 september 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. D. Matadien, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

1.1.    De rechtbank is namelijk terecht en op goede gronden tot het oordeel gekomen dat de vreemdeling zijn verblijf in Nederland niet effectief en daadwerkelijk heeft beëindigd en dat daarom het besluit tot verwijdering van 28 september 2020 niet is uitgewerkt. De Afdeling neemt deze motivering over.

2.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. M. Soffers, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. van de Kolk, griffier.

Het lid van de enkelvoudige kamer is verhinderd de uitspraak te ondertekenen

w.g. Van de Kolk

griffier

347