Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 9 juni 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de…

Raad van State, 17 oktober 2022

Zaakgegevens

Op 17 oktober 2022 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
17 oktober 2022
Datum publicatie
17 oktober 2022
Zaaknummer
202205816/1/V3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:2981
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 9 juni 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten.

Procesgang

  1. Rechtbank Den Haag · 2 september 2022

    ECLI:NL:RBDHA:2022:9034
  2. Raad van State · 17 oktober 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:RVS:2022:2981

    Niet bevoegd

Uitspraak

202205816/1/V3.

Datum uitspraak: 17 oktober 2022

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 2 september 2022 in zaak nr. NL22.11175 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 9 juni 2022 heeft de staatssecretaris de vreemdeling opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten.

Bij uitspraak van 2 september 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. R.W. Koevoets, advocaat te Hoek, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.       De rechtbank heeft uitspraak gedaan zonder de zaak op zitting te behandelen (artikel 8:54, eerste lid, van de Awb). Tegen zo'n uitspraak kan geen hoger beroep worden ingesteld (artikel 8:104, tweede lid, van de Awb).

2.       De Afdeling is onbevoegd van het hoger beroep kennis te nemen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen.

Aldus vastgesteld door mr. E. Steendijk, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.T. Annen, griffier.

w.g. Steendijk

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Annen

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 17 oktober 2022

765-918