Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 29 januari 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling…

Zaakgegevens

Op 22 november 2022 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
22 november 2022
Datum publicatie
21 november 2022
Zaaknummer
202105289/1/V2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:3344
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij besluit van 29 januari 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken en een aanvraag om wijziging van de beperking van die verblijfsvergunning afgewezen

Procesgang

  1. Rechtbank Den Haag · 14 juli 2021

    ECLI:NL:RBDHA:2021:7535
  2. Raad van State · 22 november 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:RVS:2022:3344

    Niet ontvankelijk

Uitspraak

202105289/1/V2.

Datum uitspraak: 22 november 2022

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 14 juli 2021 in zaak nr. 20/3125 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 29 januari 2020 heeft de staatssecretaris de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken en een aanvraag om wijziging van de beperking van die verblijfsvergunning afgewezen

Bij besluit van 3 april 2020 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 14 juli 2021 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. A. Alam-Khan, advocaat te Delft, hoger beroep ingesteld.

Daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft de vreemdeling zich nader uitgelaten.

Overwegingen

1.       De termijn voor het instellen van hoger beroep eindigde op 11 augustus 2021. Het hogerberoepschrift is daarna bij de Raad van State binnengekomen. De vreemdeling heeft het hogerberoepschrift daarom niet op tijd ingediend. Wat de vreemdeling heeft aangevoerd, is geen reden om het hoger beroep alsnog in behandeling te nemen. Anders dan de gemachtigde van de vreemdeling stelt, is het hogerberoepschrift niet op 10 augustus 2021 per post verzonden. Uit de poststempel blijkt dat het pas op 12 augustus 2021 ter post is bezorgd.

2.       Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.A.M.J. Graat, griffier.

w.g. Verheij

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Graat

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 22 november 2022

307