Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 13 november 2020 heeft het COa de vreemdeling overgeplaatst naar de Handhavings- en…

Zaakgegevens

Op 29 maart 2022 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
29 maart 2022
Datum publicatie
29 maart 2022
Zaaknummer
202100304/1/V1
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:921
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij besluit van 13 november 2020 heeft het COa de vreemdeling overgeplaatst naar de Handhavings- en Toezichtlocatie te Hoogeveen.

Uitspraak

202100304/1/V1.

Datum uitspraak: 29 maart 2022

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 18 december 2020 in zaak nr. 20/8667 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

het Centraal Orgaan opvang asielzoekers.

Procesverloop

Bij besluit van 13 november 2020 heeft het COa de vreemdeling overgeplaatst naar de Handhavings- en Toezichtlocatie te Hoogeveen.

Bij uitspraak van 18 december 2020 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. A.W.J. van der Meer, advocaat te Dordrecht, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

1.1.    Het hoger beroep gaat onder meer over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 13 mei 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1209, onder 4.1, over het verwijzen naar de motivering die ten grondslag lag aan een eerdere overplaatsing die een vreemdeling niet heeft uitgediend). Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen.

2.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Het COa hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. H.J.M. Baldinger, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. I. Helmich, griffier.

Het lid van de enkelvoudige kamer is verhinderd de uitspraak te ondertekenen         

w.g. Helmich

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 29 maart 2022

827-941