Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 22 juli 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de…

Raad van State, 15 maart 2023

Zaakgegevens

Op 15 maart 2023 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
15 maart 2023
Datum publicatie
15 maart 2023
Zaaknummer
202203130/1/V2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1013
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 22 juli 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Procesgang

  1. Rechtbank Den Haag · 17 mei 2022

    ECLI:NL:RBDHA:2022:4768
  2. Raad van State · 15 maart 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:RVS:2023:1013

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

202203130/1/V2.

Datum uitspraak: 15 maart 2023

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[e vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 17 mei 2022 in zaak nr. NL20.14701 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 22 juli 2020 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Bij uitspraak van 17 mei 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. C.M.G.M. Raafs, advocaat te Maastricht, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, ECLI:NL:RBDHA:2022:4768. De rechtbank is namelijk terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen, waaronder haar oordeel dat de terroristische organisatie IS geen sociale groep is in de zin van het Vluchtelingenverdrag. De Afdeling neemt de motivering van de uitspraak van de rechtbank over en verwijst naar haar uitspraak van 21 november 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3735, onder 6.3-6.4, over de voorwaarden om een groep aan te merken als een sociale groep in de zin van het Vluchtelingenverdrag.

1.1.    Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

2.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, voorzitter, en mr. N. Verheij en mr. J. Schipper-Spanninga, leden, in tegenwoordigheid van mr. N. Tibold, griffier.

w.g. Sevenster

voorzitter

w.g. Tibold

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 15 maart 2023

853