Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 26 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een…

Raad van State, 21 maart 2023

Zaakgegevens

Op 21 maart 2023 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
21 maart 2023
Datum publicatie
21 maart 2023
Zaaknummer
202300920/1/V3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1109
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 26 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

Procesgang

  1. Rechtbank Den Haag · 10 februari 2023

    ECLI:NL:RBDHA:2023:1819
  2. Raad van State · 21 maart 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:RVS:2023:1109

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

202300920/1/V3.

Datum uitspraak: 21 maart 2023

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 10 februari 2023 in zaak nr. NL23.2643 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 26 januari 2023 heeft de staatssecretaris de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

Bij uitspraak van 10 februari 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. F. Fonville, advocaat te Haarlem, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.       In zijn grief klaagt de vreemdeling terecht dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de in de maatregel aangekruiste motivering waarom zicht op uitzetting aanwezig is op hem van toepassing is. De staatssecretaris heeft namelijk aangekruist dat de vreemdeling door het ontbreken van identiteitspapieren niet kan aantonen dat hij valt onder de werking van een besluit- of vertrekmoratorium, terwijl hij de Congolese nationaliteit en een geldig paspoort heeft. Toch slaagt de grief niet. Dat de vreemdeling de Congolese nationaliteit en een geldig paspoort heeft staat namelijk in de maatregel, ook al is dat vermeld op een andere plek dan de motivering waarom zicht op uitzetting aanwezig is. Hij beschikt daarmee over de benodigde reisdocumenten. Uit de motivering van de maatregel blijkt dus dat zicht op uitzetting niet ontbreekt.

2.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd met verbetering van de gronden. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. C.M. Wissels, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Meurs-Heuvel, griffier.

w.g. Wissels

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van Meurs-Heuvel

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 21 maart 2023

47-1020