Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 16 september 2022 heeft het het Centraal Orgaan opvang asielzoekers de vreemdeling…

Zaakgegevens

Op 31 maart 2023 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
31 maart 2023
Datum publicatie
27 maart 2023
Zaaknummer
202206259/1/V1
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1204
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij besluit van 16 september 2022 heeft het het Centraal Orgaan opvang asielzoekers de vreemdeling overgeplaatst naar de Handhavings- en Toezichtlocatie te Hoogeveen.

Procesgang

  1. Rechtbank Den Haag · 6 oktober 2022

    ECLI:NL:RBDHA:2022:15238
  2. Raad van State · 31 maart 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:RVS:2023:1204

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

202206259/1/V1.

Datum uitspraak: 31 maart 2023

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 6 oktober 2022 in zaak nr. NL22.18806 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (hierna: het COa).

Procesverloop

Bij besluit van 16 september 2022 heeft het COa de vreemdeling overgeplaatst naar de Handhavings- en Toezichtlocatie te Hoogeveen.

Bij uitspraak van 6 oktober 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M.H.K. van Middelkoop, advocaat te Haarlem, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

2.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

3.      

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door J.C.A. de Poorter, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T. van Goeverden-Clarenbeek, griffier.

w.g. De Poorter

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van Goeverden-Clarenbeek

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 31 maart 2023

488-1046