Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 27 januari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat de…

Zaakgegevens

Op 28 maart 2023 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
28 maart 2023
Datum publicatie
28 maart 2023
Zaaknummer
202203905/1/V2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1219
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij besluit van 27 januari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat de vreemdeling geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft.

Procesgang

  1. Rechtbank Den Haag · 1 juni 2022

    ECLI:NL:RBDHA:2022:5193
  2. Raad van State · 28 maart 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:RVS:2023:1219

    Niet ontvankelijk

Uitspraak

202203905/1/V2.

Datum uitspraak: 28 maart 2023

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 1 juni 2022 in zaak nr. 21/2486 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 27 januari 2021 heeft de staatssecretaris vastgesteld dat de vreemdeling geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft.

Bij besluit van 29 maart 2021, aangevuld bij besluit van 15 maart 2022, heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 1 juni 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M.G. Evers, rechtsbijstandverlener te Leiden, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.       Het hoger beroep richt zich niet tegen de uitspraak van de rechtbank. De vreemdeling legt namelijk niet uit waarom de uitspraak van de rechtbank volgens hem niet juist is. Daarom kan de Afdeling geen inhoudelijk oordeel geven over het hoger beroep (artikel 85 van de Vw 2000).

2.       Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S.P.M. Zwinkels, griffier.

w.g. Verheij

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Zwinkels

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 28 maart 2023

309-1027