Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 15 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de…

Raad van State, 24 april 2023

Zaakgegevens

Op 24 april 2023 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
24 april 2023
Datum publicatie
21 april 2023
Zaaknummer
202301894/1/V3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1583
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 15 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

Procesgang

  1. Rechtbank Den Haag · 14 maart 2023

    ECLI:NL:RBDHA:2023:7893
  2. Raad van State · 24 april 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:RVS:2023:1583

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

202301894/1/V3.

Datum uitspraak: 24 april 2023

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de mondelinge uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 14 maart 2023 in zaak nr. NL23.5073 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 15 februari 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

Bij mondelinge uitspraak van 14 maart 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. F. Boone, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank heeft namelijk terecht overwogen dat uit het Eurodac-systeem volgt dat de vreemdeling geregistreerd staat met een Oostenrijks Eurodac-nummer dat begint met "AT1" en dat de staatssecretaris er bij een dergelijke categorie 1-registratie, behoudens tegenbewijs, van uit mag gaan dat de vreemdeling in dat land om internationale bescherming heeft verzocht (uitspraak van de Afdeling van 28 september 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2625, onder 3.2). De vreemdeling heeft niet aannemelijk gemaakt dat de categorie 1-registratie in Eurodac niet juist is. Dat de staatssecretaris de betekenis van deze categorie niet uitdrukkelijk in het besluit heeft uitgelegd, betekent niet dat om die reden sprake is van een motiveringsgebrek.

1.1.    Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

2.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J.M. Willems, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D.I. Schipper, griffier.

w.g. Willems

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Schipper

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 24 april 2023

872-1017