Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 3 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring…

Zaakgegevens

Op 22 mei 2023 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
22 mei 2023
Datum publicatie
17 mei 2023
Zaaknummer
202302676/1/V3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1946
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij besluit van 3 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

Procesgang

  1. Rechtbank Den Haag · 19 april 2023

    ECLI:NL:RBDHA:2023:5996
  2. Raad van State · 22 mei 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:RVS:2023:1946

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

202302676/1/V3.

Datum uitspraak: 22 mei 2023

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 19 april 2023 in zaak nr. NL23.10319 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 3 april 2023 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld.

Bij uitspraak van 19 april 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. F. Boone, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank wijst er in haar uitspraak namelijk terecht op dat de vreemdeling in bewaring is gesteld krachtens artikel 59b van de Vw 2000. De bewaring is dus niet gericht op terugkeer naar het land van herkomst. De Afdeling wijst op haar uitspraak van 6 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1552, onder 3.1 en 3.2.

1.1.    Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

2.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Breda, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.W. Schippers, griffier.

w.g. Van Breda

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Schippers

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 22 mei 2023

873