Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 22 juni 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag tot het…

Raad van State, 8 juni 2023

Zaakgegevens

Op 8 juni 2023 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
8 juni 2023
Datum publicatie
8 juni 2023
Zaaknummer
202203430/1/V2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:2227
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 22 juni 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag tot het wijzigen van de beperking van een aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, afgewezen.

Uitspraak

202203430/1/V2.

Datum uitspraak: 8 juni 2023

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 18 mei 2022 in zaak nr. 20/7455 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 22 juni 2020 heeft de staatssecretaris een aanvraag tot het wijzigen van de beperking van een aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, afgewezen.

Bij besluit van 22 september 2020 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 18 mei 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. S. Ben Ahmed, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.       Het hoger beroep richt zich niet tegen de uitspraak van de rechtbank. De vreemdeling legt namelijk niet uit waarom de uitspraak van de rechtbank volgens hem niet juist is. Daarom kan de Afdeling geen inhoudelijk oordeel geven over het hoger beroep (artikel 85 van de Vw 2000).

2.       Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S.P.M. Zwinkels, griffier.

w.g. Sevenster

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Zwinkels

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 8 juni 2023

309-1047