Vreemdelingenrecht

Bij besluiten van 17 januari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de…

Zaakgegevens

Op 27 juni 2023 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
27 juni 2023
Datum publicatie
27 juni 2023
Zaaknummer
202201291/1/V3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:2462
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij besluiten van 17 januari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Procesgang

  1. Rechtbank Den Haag · 22 februari 2022

    ECLI:NL:RBDHA:2022:11522
  2. Raad van State · 27 juni 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:RVS:2023:2462

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

Uitspraak

202201291/1/V3.

Datum uitspraak: 27 juni 2023

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 22 februari 2022 in zaken nrs. NL22.841 en NL22.843 in het geding tussen:

[vreemdeling 1] en[vreemdeling 2],

en

de staatssecretaris.

Procesverloop

Bij besluiten van 17 januari 2022 heeft de staatssecretaris aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Bij uitspraak van 22 februari 2022 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen gegrond verklaard, die besluiten vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris nieuwe besluiten op de aanvragen neemt met inachtneming van de uitspraak.

Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld.

De vreemdelingen, vertegenwoordigd door mr. T. Neijzen, advocaat te Leiden, hebben een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Overwegingen

1.       De door de staatssecretaris in zijn enige grief aan de orde gestelde rechtsvraag of bij de toetsing aan artikel 1(D) van het Vluchtelingenverdrag moet worden betrokken of een vreemdeling bij terugkeer de mogelijkheid heeft om toegang te krijgen tot de sector van het werkgebied van de UNRWA waaruit hij eerder is vertrokken, heeft de Afdeling beantwoord in de uitspraak van vandaag, ECLI:NL:RVS:2023:2446. Uit de overwegingen van die uitspraak volgt dat de grief slaagt.

2.       Het hoger beroep is gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd, voor zover bestreden. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        verklaart het hoger beroep gegrond;

II.       vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, van 22 februari 2022 in zaken nrs. NL22.841 en NL22.843, voor zover bestreden.

Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Nederhoff, griffier.

w.g. Verheij

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Nederhoff

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 27 juni 2023

918