Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 22 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat het…

Raad van State, 30 juni 2023

Zaakgegevens

Op 30 juni 2023 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
30 juni 2023
Datum publicatie
29 juni 2023
Zaaknummer
202301289/1/V2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:2517
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 22 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat het verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan van de vreemdeling is geëindigd en haar opgedragen Nederland binnen vier weken te verlaten.

Procesgang

  1. Rechtbank Den Haag · 2 februari 2023

    ECLI:NL:RBDHA:2023:1147
  2. Raad van State · 30 juni 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:RVS:2023:2517

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

202301289/1/V2.

Datum uitspraak: 30 juni 2023

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 2 februari 2023 in zaak nr. 22/286 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 22 juni 2021 heeft de staatssecretaris vastgesteld dat het verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan van de vreemdeling is geëindigd en haar opgedragen Nederland binnen vier weken te verlaten.

Bij besluit van 20 december 2021 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 2 februari 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. S. Süzen, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen. De Afdeling neemt de motivering van de uitspraak van de rechtbank over.

1.1.    Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

2.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. I.W.M.J. Bossmann, griffier.

w.g. Verheij

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Bossmann

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 30 juni 2023

314-1021