Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 23 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring…

Raad van State, 3 juli 2023

Zaakgegevens

Op 3 juli 2023 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
3 juli 2023
Datum publicatie
30 juni 2023
Zaaknummer
202303656/1/V3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:2528
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 23 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

Procesgang

  1. Rechtbank Den Haag · 5 juni 2023

    ECLI:NL:RBDHA:2023:8081
  2. Raad van State · 3 juli 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:RVS:2023:2528

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

202303656/1/V3.

Datum uitspraak: 3 juli 2023

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 5 juni 2023 in zaak nr. NL23.15287 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 23 mei 2023 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld.

Bij uitspraak van 5 juni 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M.O. Wattilete, advocaat te Arnhem, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Hoewel de vreemdeling op zichzelf terecht betoogt dat uit de inhoud van de maatregel van bewaring duidelijk moet blijken voor welke persoon deze bedoeld is, maakt de vermelding daarin van onjuiste personalia in de vorm van een eerder door hem gebruikt alias, hoewel zijn werkelijke identiteit al bekend was, de maatregel niet onrechtmatig. De vreemdeling is hierdoor niet in zijn belangen geschaad. Er is geen twijfel of misverstand over mogelijk dat de maatregel op de vreemdeling betrekking heeft, ook omdat dezelfde dag nog in een (aanvullend) proces-verbaal van bevindingen een uiteenzetting is gegeven over de identiteit en daarin de juiste identiteit van de vreemdeling is vermeld.

1.1.    Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

2.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. B. Meijer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.H.L. Dallinga, griffier.

w.g. Meijer

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Dallinga

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 3 juli 2023

18-1058