Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 24 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring…

Raad van State, 18 juli 2023

Zaakgegevens

Op 18 juli 2023 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
18 juli 2023
Datum publicatie
18 juli 2023
Zaaknummer
202303577/1/V3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:2744
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 24 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

Uitspraak

202303577/1/V3.

Datum uitspraak: 18 juli 2023

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 6 juni 2023 in zaak nr. NL23.15179 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 24 april 2023 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld.

Bij uitspraak van 6 juni 2023 heeft de rechtbank het met een kennisgeving vanwege de staatssecretaris daartegen aanhangig gemaakte beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. W.M. Blaauw, advocaat te Haarlem, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De vreemdeling betoogt in zijn enige grief dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de verplichting van Nederland om op basis van de Dublinverordening een asielaanvraag in behandeling te nemen ook meebrengt dat toegang tot Nederland wordt verleend. Dit betoog hoeft echter niet te worden besproken, omdat in dit geval vaststaat dat de vreemdeling al toegang tot het Nederlands grondgebied had toen de maatregel van bewaring werd opgelegd. De staatssecretaris heeft namelijk geen besluit tot toegangsweigering of tot uitstel daarvan genomen. Gelet hierop is de bewaring van de vreemdeling terecht gebaseerd op artikel 59b van de Vw 2000 en niet op artikel 6.

1.1.    Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

2.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. M. Soffers, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.H.L. Dallinga, griffier.

w.g. Soffers

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Dallinga

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 18 juli 2023

18-1020