Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 31 juli 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een inreisverbod tegen de…

Zaakgegevens

Op 15 augustus 2023 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
15 augustus 2023
Datum publicatie
14 augustus 2023
Zaaknummer
202301586/1/V3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3105
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij besluit van 31 juli 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een inreisverbod tegen de vreemdeling uitgevaardigd.

Uitspraak

202301586/1/V3.

Datum uitspraak: 15 augustus 2023

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 27 februari 2023 in zaak nr. NL22.14925 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 31 juli 2022 heeft de staatssecretaris een inreisverbod tegen de vreemdeling uitgevaardigd.

Bij uitspraak van 27 februari 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. H. Palanciyan, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht en deugdelijk gemotiveerd tot het oordeel gekomen dat de staatssecretaris niet vanwege de vriendin in Spanje af had moeten zien van het inreisverbod. Anders dan de vreemdeling betoogt, heeft de rechtbank daarbij ook de aard en invulling van de relatie betrokken.

1.1.    Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

2.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D.I. Schipper, griffier.

w.g. Drop

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Schipper

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 15 augustus 2023

872-1058