Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 23 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring…

Raad van State, 30 augustus 2023

Zaakgegevens

Op 30 augustus 2023 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
30 augustus 2023
Datum publicatie
29 augustus 2023
Zaaknummer
202303601/1/V3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3272
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 23 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

Procesgang

  1. Rechtbank Den Haag · 15 mei 2023

    ECLI:NL:RBDHA:2023:6968
  2. Raad van State · 30 augustus 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:RVS:2023:3272

    Niet ontvankelijk

Uitspraak

202303601/1/V3.

Datum uitspraak: 30 augustus 2023

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 15 mei 2023 in zaak nr. NL23.12827 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 23 april 2023 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld.

Bij uitspraak van 15 mei 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. J.P.W. Temminck Tuinstra, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.       De termijn voor het instellen van hoger beroep eindigde op 22 mei 2023. Het hogerberoepschrift is daarna bij de Raad van State binnengekomen. De vreemdeling heeft het hogerberoepschrift daarom niet op tijd ingediend. Wat de vreemdeling in het hogerberoepschrift als reden voor de late indiening heeft aangevoerd, is geen reden om het hoger beroep alsnog in behandeling te nemen.

2.       De Afdeling ziet ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Nederhoff, griffier.

w.g. Sevenster

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Nederhoff

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 30 augustus 2023

918