Vreemdelingenrecht

Bij brief van 25 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling meegedeeld…

Raad van State, 5 september 2023

Zaakgegevens

Op 5 september 2023 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
5 september 2023
Datum publicatie
4 september 2023
Zaaknummer
202300051/1/V1
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3356
E-mail

Samenvatting

Bij brief van 25 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling meegedeeld dat hij de termijn voor de overdracht aan Italië heeft verlengd met twaalf maanden, tot 19 oktober 2023.

Uitspraak

202300051/1/V1.

Datum uitspraak: 5 september 2023

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-­Hertogenbosch, van 29 december 2022 in zaak nr. NL22.22696 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij brief van 25 oktober 2022 heeft de staatssecretaris de vreemdeling meegedeeld dat hij de termijn voor de overdracht aan Italië heeft verlengd met twaalf maanden, tot 19 oktober 2023.

Bij uitspraak van 29 december 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. E.G. Grigorjan, advocaat te Den Bosch, hoger beroep ingesteld.

De vreemdeling heeft nadere stukken ingediend.

Overwegingen

1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

2.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.K. de Keizer, griffier.

w.g. Borman

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. De Keizer

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 5 september 2023

488-1061