Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 8 mei 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verzoek van de…

Raad van State, 11 september 2023

Zaakgegevens

Op 11 september 2023 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
11 september 2023
Datum publicatie
11 september 2023
Zaaknummer
202204756/1/V2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3436
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 8 mei 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verzoek van de vreemdeling om heroverweging van het besluit van 31 juli 2014, waarbij de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd is ingetrokken, afgewezen. Daarnaast heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Uitspraak

202204756/1/V2.

Datum uitspraak: 11 september 2023

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 14 juli 2022 in zaak nr. 21/80 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 8 mei 2020 heeft de staatssecretaris het verzoek van de vreemdeling om heroverweging van het besluit van 31 juli 2014, waarbij de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd is ingetrokken, afgewezen. Daarnaast heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Bij besluit van 9 december 2020 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 14 juli 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. R.C. van den Berg, advocaat te 's-Hertogenbosch, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen. De Afdeling neemt de motivering van de uitspraak van de rechtbank over.

1.1.    Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de  Vw 2000).

2.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J.C.A. de Poorter, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.W. Prins, griffier.

w.g. De Poorter

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Prins

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 11 september 2023

363-1048