Vreemdelingenrecht
Bij besluit van 13 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in…
ECLI:NL:RVS:2023:3453 · Raad van State · 13 september 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/hoger-beroep/ecli-nl-rvs-2023-3453
Zaakgegevens
Op 13 september 2023 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 13 september 2023
- Datum publicatie
- 13 september 2023
- Zaaknummer
- 202301331/1/V3
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2023:3453
Samenvatting
Bij besluit van 13 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.
Uitspraak
202301331/1/V3.
Datum uitspraak: 13 september 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 27 februari 2023 in zaak nr. NL23.4911 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 13 oktober 2022 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld.
Bij uitspraak van 27 februari 2023 heeft de rechtbank het met een kennisgeving vanwege de staatssecretaris tegen het voortduren van de bewaring aanhangig gemaakte beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. S.C. van Paridon, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. De uitspraak van de rechtbank gaat over het voortduren van de maatregel van bewaring. Hiertegen kan in beginsel geen hoger beroep worden ingesteld.
1.1. De vreemdeling klaagt tevergeefs dat in dit geval geen appelverbod bestaat omdat de rechtbank artikel 94 in plaats van artikel 96 van de Vw 2000 had moeten kiezen als grondslag voor haar uitspraak. Artikel 96, eerste lid, van de Vw 2000 biedt, richtlijnconform geïnterpreteerd, de wettelijke grondslag voor uitspraken van de rechtbank over het voortduren van maatregelen van bewaring die met een kennisgeving aanhangig worden gemaakt. De rechtbank heeft dus de juiste grondslag gekozen voor haar uitspraak. Gevolg hiervan is dat tegen deze uitspraak geen hoger beroep kan worden ingesteld (artikel 84, aanhef en onder a, van de Vw 2000).
1.2. Wat de vreemdeling verder in hoger beroep aanvoert, is geen reden om het hoger beroep toch in behandeling te nemen. Het verbod op hoger beroep kan worden doorbroken als er geen eerlijk proces is geweest. In dit geval is echter niet gebleken van een ernstige schending van de eisen van een goede procesorde of van fundamentele rechtsbeginselen als bijvoorbeeld bedoeld in artikel 6 van het EU Handvest en artikel 15, tweede lid, van de Terugkeerrichtlijn (zie punten 79 en 88 van het arrest van het Hof van Justitie van 8 november 2022, C, B en X, ECLI:EU:C:2022:858).
2. De Afdeling is onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, voorzitter, en mr. N. Verheij en mr. D.A. Verburg, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.W. Schippers, griffier.
w.g. Sevenster
voorzitter
w.g. Schippers
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 13 september 2023
873