Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 28 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in…

Zaakgegevens

Op 13 september 2023 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
13 september 2023
Datum publicatie
13 september 2023
Zaaknummer
202302139/1/V3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3454
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij besluit van 28 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

Uitspraak

202302139/1/V3.

Datum uitspraak: 13 september 2023

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 29 maart 2023 in zaak nr. NL23.8061 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 28 november 2022 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld.

Bij uitspraak van 29 maart 2023 heeft de rechtbank het met een kennisgeving vanwege de staatssecretaris daartegen aanhangig gemaakte beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. W.P.R. Peeters, advocaat te Rijsbergen, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.       De uitspraak van de rechtbank gaat over het voortduren van de maatregel van bewaring (artikel 96 van de Vw 2000). Hiertegen kan geen hoger beroep worden ingesteld (artikel 84, aanhef en onder a, van de Vw 2000).

1.1.    Wat de vreemdeling in hoger beroep aanvoert, is geen reden om het hoger beroep toch in behandeling te nemen. Het verbod op hoger beroep kan worden doorbroken als er geen eerlijk proces is geweest. In dit geval is echter niet gebleken van een ernstige schending van de eisen van een goede procesorde of van fundamentele rechtsbeginselen als bijvoorbeeld bedoeld in artikel 6 van het EU Handvest en artikel 15, tweede lid, van de Terugkeerrichtlijn (zie punten 79 en 88 van het arrest van het Hof van Justitie van 8 november 2022, C, B en X, ECLI:EU:C:2022:858).

2.       De Afdeling is onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, voorzitter, en mr. N. Verheij en mr. D.A. Verburg, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.W. Schippers, griffier.

w.g. Sevenster

voorzitter

w.g. Schippers

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 13 september 2023

873