Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 3 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling…

Zaakgegevens

Op 19 september 2023 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
19 september 2023
Datum publicatie
19 september 2023
Zaaknummer
202301740/1/V3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3520
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij besluit van 3 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten.

Uitspraak

202301740/1/V3.

Datum uitspraak: 19 september 2023

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[appellant], naar hij stelt handelend namens [de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 15 februari 2023 in zaak nr. 22/5388 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 3 augustus 2022 heeft de staatssecretaris de vreemdeling opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten.

Bij uitspraak van 15 februari 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [de vreemdeling] hoger beroep ingesteld.

[de vreemdeling] is in de gelegenheid gesteld zich nader uit te laten.

Overwegingen

1.       [appellant] heeft namens de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Hij heeft echter geen schriftelijke machtiging overgelegd, waaruit blijkt dat hij door de vreemdeling is gemachtigd om hoger beroep in te stellen. Bij aangetekend verzonden brieven van 10 augustus 2023 en 29 augustus 2023 is [appellant] in de gelegenheid gesteld om tot en met 13 september 2023 alsnog een schriftelijke machtiging over te leggen. In de tweede brief staat ook dat als hieraan niet wordt voldaan, het hoger beroep niet-ontvankelijk zal worden verklaard. [appellant] heeft niet binnen de gestelde termijn een schriftelijke machtiging overgelegd en ook geen redenen aangevoerd waarom hij toch als gemachtigde van de vreemdeling moet worden beschouwd.

2.       Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T.W.A. Weber, griffier.

w.g. Verheij

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Weber

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 19 september 2023

846