Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 1 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. de vreemdeling in…

Zaakgegevens

Op 12 oktober 2023 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
12 oktober 2023
Datum publicatie
12 oktober 2023
Zaaknummer
202305316/1/V3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3788
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij besluit van 1 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. de vreemdeling in bewaring gesteld.

Uitspraak

202305316/1/V3.

Datum uitspraak: 12 oktober 2023

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 11 augustus 2023 in zaak nr. NL23.22053 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 1 augustus 2023 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld.

Bij uitspraak van 11 augustus 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M.M. Polman, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.

De staatssecretaris heeft een nader stuk ingediend en een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Overwegingen

1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank heeft weliswaar niet onderkend dat de staatssecretaris het terugkeerbesluit van 9 september 2019 aan de maatregel van bewaring ten grondslag heeft gelegd, maar zij heeft wel terecht geoordeeld dat de maatregel niet onrechtmatig is.

1.1.    Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

2.       De Afdeling ziet ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. B. Meijer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. van de Kolk, griffier.

w.g. Meijer

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van de Kolk

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 12 oktober 2023

47-981