Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 9 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de…

Raad van State, 24 oktober 2023

Zaakgegevens

Op 24 oktober 2023 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
24 oktober 2023
Datum publicatie
24 oktober 2023
Zaaknummer
202302238/1/V2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3916
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 9 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

Procesgang

  1. Rechtbank Den Haag · 5 april 2023

    ECLI:NL:RBDHA:2023:5286
  2. Raad van State · 24 oktober 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:RVS:2023:3916

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

Uitspraak

202302238/1/V2.

Datum uitspraak: 24 oktober 2023

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 5 april 2023 in zaak nr. NL23.4624 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 9 februari 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

Bij uitspraak van 5 april 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. F.W. Verbaas, advocaat te Alkmaar, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.       De in grieven 1 en 2 opgeworpen rechtsvraag heeft de Afdeling beantwoord in de uitspraak van 21 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3569, onder 9.1. Hieruit volgt dat de vreemdeling terecht aanvoert dat een zogenoemde loopbrief als bewijs geldt dat om internationale bescherming in de zin van artikel 20, tweede lid, van de Dublinverordening is verzocht. Dit betekent dat het terugnameverzoek niet tijdig is ingediend. De grieven slagen.

2.       Het hoger beroep is gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. Het is niet nodig wat de vreemdeling verder heeft aangevoerd te bespreken. Het beroep is gegrond en het besluit van 9 februari 2023 wordt vernietigd. De staatssecretaris moet een nieuw besluit op de aanvraag nemen met inachtneming van deze uitspraak. De staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        verklaart het hoger beroep gegrond;

II.       vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 5 april 2023 in zaak nr. NL23.4624;

III.      verklaart het beroep gegrond;

IV.     vernietigt het besluit van 9 februari 2023, V-[….];

V.      veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 2.511,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. J. Schipper-Spanninga, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van L.W. Lagaaij LLM, griffier.

w.g. Schipper-Spanninga

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Lagaaij

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 24 oktober 2023

314-986