Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 12 augustus 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvullend…

Raad van State, 31 oktober 2023

Zaakgegevens

Op 31 oktober 2023 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
31 oktober 2023
Datum publicatie
30 oktober 2023
Zaaknummer
202107691/1/V3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4004
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 12 augustus 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvullend terugkeerbesluit genomen. Bij uitspraak van 19 november 2021 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Uitspraak

202107691/1/V3.

Datum uitspraak: 31 oktober 2023

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 19 november 2021 in zaak nr. NL21.13181 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 12 augustus 2021 heeft de staatssecretaris een aanvullend terugkeerbesluit genomen.

Bij uitspraak van 19 november 2021 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. F.C. Stoop, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

1.1.    Het hoger beroep gaat onder meer over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 25 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3564, onder 2.1 en 3.2 - 3.3, over het aanvullen van een eerder besluit met een aanvullend terugkeerbesluit). Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen. Daarnaast blijkt uit het besluit van 12 augustus 2021 anders dan de vreemdeling betoogt dat de in dat besluit genoemde landen van terugkeer in de plaats komen van de in het besluit van 24 juni 2021 genoemde landen. Er staat namelijk dat de terugkeerinspanningen zich thans op de genoemde landen richten.

2.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J.M. Willems, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Nederhoff, griffier.

w.g. Willems

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Nederhoff

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 31 oktober 2023

918